Recente publicaties

TAPS donoren hebben meer risico op lactaatacidose en hypoglycaemie bij geboorte

Aug 2022

De Leidse tweelingonderzoekersgroep heeft in het tijdschrift Archives of Diseases in Childhood – Fetal & Neonatal Edition een studie gepubliceerd waarin gevonden wordt dat TAPS-donoren een significant grotere kans hebben op lactaatacidose en hypoglycemie bij geboorte dan de TAPS-recipiënten. Lactaatacidose en hypoglycaemie zijn twee (tijdelijke) metabolische afwijkingen in het bloed van de pasgeborene. Bij lactaatacidose is het bloed van de baby te zuur, waarschijnlijk omdat er tijdens de zwangerschap te weinig zuurstof aanwezig was bij de TAPS-donor door de bloedarmoede. Bij een hypoglycaemie is de bloedsuikerspiegel van de baby te laag. Dit kan komen omdat de TAPS-donor naast rode bloedcellen ook bloedsuiker afstaat aan de TAPS-recipiënt. Resultaten van deze studie zijn belangrijk. Niet alleen helpt deze kennis ons om het ziektebeeld TAPS beter te begrijpen, ook kan het ervoor zorgen dat de neonatologen beter weten wat ze kunnen verwachten bij de geboorte van een TAPS-tweeling. Met deze kennis kunnen neonatologen beter voorbereid zijn op een lage bloedsuikerspiegel bij de TAPS-donoren en deze sneller behandelen.  

ernst12dec2013 (4).jpg

Groeiverschil tijdens tweelingzwangerschap heeft effect later in leven

Juli 2022

Sophie en Jeanine.jpg
Sophie Groene en Jeanine van Klink, onderzoekers van de LEMON studie

Een kindje dat in de baarmoeder minder voedingsstoffen krijgt dan zijn of haar eeneiige tweelingbroer of -zus, heeft op latere leeftijd vaker ontwikkelingsproblemen. Dat schrijven onderzoekers de LEMON studie van het LUMC in The Lancet Child & Adolescent Health.

Deze studie laat zien dat ongunstige omstandigheden in de baarmoeder kunnen leiden tot levenslange nadelige gezondheidseffecten.

 

De onderzoekers keken specifiek naar genetisch identieke, ofwel eeneiige, tweelingen waarbij de gezamenlijke placenta tijdens de zwangerschap ongelijk verdeeld was. Dit komt in 10 tot 15% van deze tweelingzwangerschappen voor. Je kan het vergelijken met dat het ene kind de Hongerwinter meemaakt terwijl de andere zich op de Bahama’s bevindt. Hierdoor is het ene kindje soms wel twee keer tot drie keer zo groot tijdens de geboorte als de identieke tweelingbroer of -zus. Lees meer over deze studie en de onderzoekers via deze link

Publicatie review zwangerschapsduur en uitkomsten bij monochoriale tweelingen met selectieve groeivertraging

Juli 2022

Een recent gepubliceerd review artikel van Salma El Emrani en collega's in het tijdschrift Prenatal Diagnosis illustreert het klinisch dilemma over de optimale zwangerschapsduur bij geboorte in tweelingen met selectieve groeivertraging (sFGR). Uit de beschikbare studies bleek dat de zwangerschapsduur bij geboorte en uitkomsten van deze tweelingen internationaal sterk variëren, vooral binnen type II en III. Deze review benadrukt dan ook de behoefte aan uniforme diagnostische criteria, definities van uitkomstmaten en gestandaardiseerde lange termijn follow-up in sFGR. Daarbij biedt deze review aanbevelingen voor toekomstige studies om de optimale amenorroeduur bij geboorte vast te kunnen stellen.

Lange termijn follow up van ontwikkelingsproblemen bij gecompliceerde monochoriale tweelingszwangerschappen

Mei 2022

Plaatje ontwikkeling_edited.jpg

Een recent gepubliceerd review artikel van de Leidse tweelingonderzoeksgroep in het Best Practice & Research Clinical Obstetrics & Gynaecology geeft een overzicht van ontwikkelingsproblemen bij monochoriale tweelingen die gedurende de zwangerschap een probleem als tweeling transfusiesyndroom (TTS), tweeling anemie polycytemie sequentie (TAPS) of een selectieve foetale groeirestrictie (sFGR) hebben meegemaakt. Uit verschillende studies komt naar voren dat ongeveer 9% van deze kinderen een ernstige ontwikkelingsachterstand heeft. Bij kinderen waarvan het broertje of zusje spontaan overlijdt in de baarmoeder zien we bij ongeveer 1 op 3 kinderen ontwikkelingsproblemen. De huidige kennis over de ontwikkeling van deze kinderen is met name gebaseerd op ontwikkelingstesten op de leeftijd van 2 jaar en 5 jaar. In dit artikel bespreken we ook het belang van meer, beter en langduriger onderzoek naar de ontwikkeling van monochoriale tweelingen.

Neonataal management en uitkomst in gecompliceerde tweelingen:

wat hebben we geleerd in de laatste 10 jaar en wat moet je weten?

April 2022

Een recent artikel gepubliceerd in het tijdschrift Best Practice & Research Clinical Obstetrics & Gynaecology van de Leidse tweelingonderzoeksgroep geeft een overzicht van de verschillende problemen die bij monochoriale tweelingen kunnen ontstaan en wat we weten over de uitkomsten na geboorte. Dit literatuuroverzicht biedt handvatten voor zowel gynaecologen als kinderartsen om een goede risico-inschatting te maken. Daarbij worden er ook suggesties voor diagnostiek en behandeling van problemen die kunnen ontstaan beschreven.

Figuur 2.5PNGnoBGkopie.png
Breinen SOphie.png

Veranderingen in structurele breinontwikkeling na selectieve groeirestrictie in monochoriale tweelingen

December 2021

Een recent gepubliceerd onderzoek in het tijdschrift Ultrasound in Obstetrics and Gynaecology van de Leidse tweelingonderzoeksgroep heeft gekeken naar het brein van tweelingen met selectieve groeivertraging. Wanneer deze tweelingen te vroeg worden geboren, wordt er op de eerste dag na geboorte een echo van de hersenen gemaakt om zo te kijken of de kinderen hersenschade hebben opgelopen. Dit onderzoek heeft specifiek gekeken naar de grootte van bepaalde structuren in de hersenen en deze vergeleken tussen het kleine en het grote kind van de tweeling en een eenling. Het onderzoek heeft laten zien dat er bij het kleine kind van de tweeling een algehele verminderde breingroei te zien is direct na geboorte. Wat dit voor consequenties heeft voor de lange termijn ontwikkeling is nog onduidelijk. Dit wordt momenteel onderzocht met de LEMON studie.

Ziekte ernst bij verschillende bloedplaatjes antistoffen tijdens de zwangerschap

November 2021

Foetale neonatale alloimmuun trombocytopenie (FNAIT) is een ziekte waarbij de (ongeboren) baby een hoog risico heeft op het ontwikkelen van ernstige bloedingen. Uitleg over deze ziekte vind je hier. FNAIT kan veroorzaakt worden door verschillende soorten antistoffen; de meest voorkomende zijn anti-HPA-1a en anti-HPA-5b. Recent heeft de FNAIT-onderzoeksgroep van het LUMC en Sanquin het ziektebeloop van kinderen waarbij één van deze antistoffen gevonden werd met elkaar vergeleken. Uit deze studie kwam naar voren dat FNAIT cases met een anti-HPA-1a antistof vaak ernstiger ziek waren; kinderen hadden vaker een ernstig bloedplaatjes tekort en vaker huidbloedingen.

 

Ernstige bloedingen kwamen voor bij zowel patiënten met een HPA-1a als een HPA-5b antistof. Opvallend was dat anti-HPA-5b een toevalsbevinding bleek in sommige kinderen met een verdenking op FNAIT. Anti-HPA-5b bleek niet altijd een toevalsbevinding; het kwam vaker voor dan in de normale populatie. Om te voorkomen dat de diagnose FNAIT onterecht wordt gesteld is het belangrijk om een bloedgroepverschil tussen moeder en kind aan te tonen. Dit onderzoek werd uitgevoerd in een samenwerkingsverband tussen het foetale therapie team van het LUMC en de afdelingen diagnostiek en research van de bloedbank Sanquin. Uitkomsten van dit onderzoek werden gepubliceerd in British Journal of Haematology.

antistoffen.png

Van peuter naar kleuter: de ontwikkeling van TTS tweelingen na laserbehandeling

September 2021

5 jaar kids.png

Dat het langdurig volgen van de ontwikkeling van tweelingen na een gecompliceerde zwangerschap belangrijk is, blijkt ook weer uit een recent Leids tweelingonderzoek gepubliceerd in The Journal of Pediatrics. Voor dit onderzoek werden kinderen, die na de laserbehandeling voor het tweeling- transfusiesyndroom (TTS) te vroeg of te licht werden geboren,  op 2-en op 5-jarige leeftijd teruggezien voor ontwikkelingsonderzoek. Hieruit bleek dat deze kinderen meer milde tot ernstige problematiek ervaren op de leeftijd van 5 jaar en dat deze problemen vaak nog niet gesignaleerd waren op 2-jarige leeftijd. Zo waren cognitieve testscores lager en was er vaker sprake van een milde cognitieve achterstand op de leeftijd van 5 jaar dan op de leeftijd van 2 jaar.

Om ontwikkelingsproblemen tijdig te signaleren, worden alle kinderen die een foetale behandeling hebben gehad, of te vroeg of te licht worden geboren, op vaste momenten (op 2,  5, en 8 jaar) teruggezien op onze follow-up polikliniek Neonatologie. Op deze manier kan, indien nodig, de juiste begeleiding worden opgestart.

Schoolprestaties en gedrag van kinderen behandeld met intra-uteriene bloedtransfusies voor HZFP

Juni 2021

Het LUMC heeft in samenwerking met Sanquin bloedbank in het tijdschrift Early Human Development een artikel gepubliceerd over onderzoek naar de schoolprestaties en gedragsontwikkeling van kinderen die tijdens de zwangerschap zijn behandeld met één of meerdere intra-uteriene bloed transfusies vanwege hemolytische ziekte van de foetus en pasgeborene (HZFP).

Dit onderzoek laat zien dat zowel de schoolse vaardigheden als de gedragsontwikkeling van deze kinderen vergelijkbaar zijn met die van leeftijdgenoten uit de Nederlandse populatie.

Schoolkind.png

Voorspellen van het ontstaan van TTS met hartecho’s

Mei 2021

Plaatje onderzoek Manon.jpeg

Echo van hart, waarbij er metingen worden gedaan van o.a. de linker- en rechterkamer.

In het tijdschrift Prenatal Diagnosis heeft de tweelingonderzoeksgroep een artikel gepubliceerd over het voorspellen van het tweelingtransfusiesyndroom (TTS) bij monochoriale tweelingzwangerschappen. Uit dit onderzoek blijkt dat in zwangerschappen met een groot verschil in vruchtwater tussen beide kinderen, er met aanvullende hartmetingen voorspeld kan worden welke zwangerschappen TTS gaan ontwikkelen en welke niet. Toekomstige onderzoeken zullen uitwijzen of deze metingen in de dagelijkse praktijk gebruikt kunnen gaan worden en of het aantal ziekenhuisbezoeken verminderd kan worden.

De placenta van kinderen met FNAIT

Mei 2021

Placenta.png

Er zijn aanwijzingen dat de placenta (moederkoek) bij FNAIT-zwangerschappen minder goed werkt. In dit onderzoek werd het weefsel van verschillende placenta’s van zwangerschappen onder de microscoop bekeken. Onderzocht werd of er aanwijzingen zijn dat de antistoffen ook activatie van het complementsysteem veroorzaken in placenta’s van zwangerschappen met FNAIT. Het complement systeem is onderdeel van het aangeboren afweersysteem en belangrijk bij de verdediging tegen ziektes, maar kan ook –per ongeluk- lichaamseigen weefsels beschadigen. We zagen in de FNAIT placenta’s vaker activatie van het complementsysteem. Dit kan leiden tot schade en een minder goede werking van de placenta. Door dit onderzoek leren we de ziekte FNAIT beter te begrijpen en beter behandelen.

Zwangere.png

De ontwikkeling binnen de foetale therapie

April 2021

Samen met ethici Sanne van der Hout en Wybo Dondorp schreef onderzoeksgroep een ethisch artikel in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde over de ontwikkelingen binnen de foetale therapie. Het is belangrijk ons te realiseren dat  -correct gezegd- maternale-foetale therapie (MFT) een bijzondere vorm van geneeskunde is, omdat behandeling van de foetus uitsluitend mogelijk is via het lichaam van een ander: de zwangere vrouw. Aanvankelijk ging het binnen de MFT om levensreddende ingrepen bij foetussen met een levensbedreigende aandoening. In de afgelopen jaren heeft er een verbreding van het toepassingsgebied plaatsgevonden en worden ook foetale behandelingen gegeven om de kwaliteit van leven van het kind aanzienlijk te verbeteren. In dit artikel wordt deze verschuiving beschreven en daarbij voorbeelden genoemd. Deze verbreding roept nieuwe ethische vragen op met specifiek aandacht voor counseling en therapeutische misconceptie.

Ademhalingsproblemen bij tweelingen met sFGR

Februari 2021

De tweeling-onderzoeksgroep publiceerde recent in tijdschrift EClinicalMedicine over de ademhalingsproblematiek van tweelingen met selectieve groeivertraging. Hierin vonden ze dat het grote kind bij geboorte meer problemen ervaart met de ademhaling dan het kleine kind, maar dat het kleine kind in de weken na de geboorte juist meer ademhalingsproblemen laat zien. Deze informatie is van belang om aan het begin van het leven beter te kunnen anticiperen op ademhalingsproblemen bij tweelingen met selectieve groeivertraging.

Ademhaling prematuur.png

Amnionstrengen na laserbehandeling voor TTS

Oktober 2020

amniotic band.jpeg

De tweeling-onderzoeksgroep publiceerde recent in het tijdschrift American Journal of Obstetrics and Gynaecology hun studie naar amnionstrengen na lasertherapie voor TTS. Amnionstrengen zijn vliezige touw-achtige structuren, die zich kunnen vormen uit het binnenvlies (amnion) van de vruchtzak. Amnionstrengen kunnen insnoeringen en soms amputaties van vingers, tenen of ledematen van het kind veroorzaken. Bij lasertherapie voor TTS is er een verhoogde kans op amnionstrengen, omdat tijdens de procedure een gat moet worden gemaakt in de vliezen om zo de baarmoeder in te kunnen. De tweeling-onderzoeksgroep van het LUMC heeft laten zien dat bij 2% van de TTS-zwangerschappen behandeld met laser, amnionstrengen optreden. Vaak werd er op de echo al gezien dat het amnionvlies (binnenvlies) was losgekomen van het chorionvlies (buitenvlies). Deze informatie is van belang omdat kennis van risico’s op deze complicatie de snelheid van detectie van de amnionstrengen zou kunnen verbeteren, zodat een eventuele behandeling kan worden toegepast.