Monoamniotische tweelingen

Foetaletherapie logo 2.png
Diagnose
Wat is een monoamniotische tweeling?

Bij een monoamniotische tweelingzwangerschap delen de foetussen zowel één placenta als één vruchtzak. Ongeveer 1% van de eeneiige tweelingen is een monoamniotische tweeling. Bij monoamniotische tweelingen zitten de navelstrengen van de foetussen dichtbij elkaar op de placenta. Door de gedeelde vruchtzak kunnen de foetussen al vanaf het begin van de zwangerschap om elkaar heen draaien, waardoor er een knoop in de navelstrengen van de foetussen ontstaat.

Hoe wordt de diagnose gesteld?

Afbeelding Monoamniotische tweeling. Illustratie door Amanda Gautier. 

Tijdens de eerste echo van de zwangerschap (8-10 weken) wordt vastgesteld of er sprake is van een tweelingzwangerschap en wordt er tevens gekeken naar het aantal placenta’s en vruchtzakken. Wanneer er bij een tweeling slechts één placenta en één vruchtzak wordt gezien, wordt een monoamniotische tweelingzwangerschap vastgesteld

Risico's en complicaties 

Knopen

Knopen in de navelstrengen van de foetussen kunnen zorgen voor problemen tijdens de zwangerschap of bevalling. Tijdens de zwangerschap kan de knoop zich aantrekken waardoor er onvoldoende bloed naar een of beide foetussen gaat, waardoor er kans bestaat op overlijden van een of beide foetussen.

Placenta MA.png

Aangeboren afwijkingen

Monoamniotische tweelingen hebben 10% kans op aangeboren afwijkingen bij een of beide kinderen.

TTS of TAPS

TTS of TAPS komt bij monoamniotische tweelingzwangerschappen minder vaak voor dan bij zwangerschappen waarbij de foetussen een placenta delen, maar niet de vruchtzak (monochoriaal diamniotisch tweelingen).

Ouderbegeleiding

Een monoamniotische tweelingzwangerschap kan een grote impact hebben op het leven van (aanstaande) ouders. Om ouders te begeleiden en steunen tijdens deze intensieve en soms onzekere zwangerschap heeft het LUMC een zeer betrokken ouderbegeleiding beschikbaar. Zij staan de zwangere en haar partner bij tijdens spannende, verdrietige en mooie momenten, en bieden ondersteuning bij logistieke vragen. Zij blijven ook na de geboorte betrokken als het kind op de NICU ligt.

Foetaletherapie logo 2.png
Behandeling

Verstrengeling van de navelstrengen van de foetussen kan niet voorkomen of behandeld worden. Daarom zijn de echocontroles gericht op het tijdig opsporen van het aantrekken van de knoop. Deze controles vinden elke twee weken plaats. In overleg met de behandelend gynaecoloog zal er een opname plaatsvinden voor intensieve dagelijkse bewaking met behulp van een hartfilmpje vanaf een termijn van 26-28 weken. Hoewel echoscopisch onderzoek en intensievere bewaking gericht is op tijdige opsporing van het aantrekken van de knoop, is een onverwachte sterfte van een of beide kinderen helaas niet geheel te voorkomen.  

CTG.png

Indien er sprake is van een ernstige aangeboren afwijking bij een van de foetussen, kan er gekozen worden voor een selectieve reductie.

Foetaletherapie logo 2.png
Neonatale zorg
Foetaletherapie logo 2.png

Bevalling

Vanwege het risico op aantrekken van de knoop bij een normale vaginale bevalling, zal bij een monoamniotische tweeling een keizersnede worden verricht. De keizersnede zal gepland worden tussen 32 en 34 weken zwangerschapsduur. Bij deze termijn weegt het risico van complicaties van de vroeggeboorte niet meer op tegen de kans op sterfte als gevolg van het aantrekken van de knoop in de navelstrengen. In sommige gevallen worden de kinderen al voor de 32 weken geboren als er sprake is van een afwijkend hartfilmpje

NICU.jpeg

Neonatale uitkomsten

Gezien alle monoamniotische tweelingen te vroeg geboren worden, is een opname op de neonatale intensive care unit (NICU) of kinderafdeling noodzakelijk. Vaak komen de kinderen dan in de couveuse te liggen. De neonatale uitkomsten van de kinderen zijn afhankelijk van de zwangerschapsduur waarbij de kinderen geboren worden.

Langetermijnzorg

De langetermijnuitkomst van monoamniotische tweelingen is afhankelijk van de zwangerschapsduur bij geboorte.